
Meer over beukenhout en speelgoed
Beukenhout
De beuk, botansiche naam Fagus sylvatica, stamt uit de familie van de napjes-dragers (fagaceae). Daarmee heeft de beuk verwantschap met veel andere loofbomen zoals de eik en de kastanje. De beuk is een boom die op het noordelijk halfrond veel voorkomt vooral in Europa, maar ook in West-Azië, Japan en Noord-Amerika. Er worden zo’n vijftig verschillende beuken onderscheiden, voornamelijk op basis van de plaats van groei. Afhankelijk van de omstandigheden kan de beuk 30 tot 45 meter hoog worden. De diameter kan oplopen 1,5 meter. De takkenvrije stam heeft een lengte van 9 tot 15 meter.
Het hout van de gevelde beuk geldt als niet-duurzaam en is behept met tot wel 12% krimp en vooral met kromtrekken en verdraaien. De kleur van het spinthout (gelegen onder de bast tot de kern) is geelwittig. Sommige beukentypes hebben rood kernhout. Het onbehandelde hout is vrij hard, laat zich makkelijk zagen en snijden en is na droging in de buitenlucht uitermate geschikt als stookhout.
De beuk is een gevoelig voor schimmels en termieten. Onbehandeld beuken is zowel binnen als buiten geen topper. Daarom wordt 95% van alle beuken veredeld en verduurzaamd. Daarmee wordt beukenhout in verhouding duurder.
Opmerking: de haagbeuk is van een andere familie (Carpinus betulus). De haagbeuk groeit snel en kan bij gebrek aan onderhoud tot wel 15 meter uitgroeien.
Technisch hout
Vanuit de scheepsbouw was al eeuwen bekend dat hout na verwarming zich liet buigen, het zogenaamde elasticeren. Als het hout vervolgens wordt gebogen en in een vorm of een mal wordt afgekoeld, dán behoud het hout haar vorm of het veert iets terug. Welnu, beukenhout had als eigenschap dat na verwarming en afkoeling haar vorm behoudt, harder wordt en een lichtbruin/oranje gloed krijgt met zilvergrijze neven. Geen splinters en in de lengterichting goed te snijden en schaven. In de houtverwerkende industrie wordt dan gesproken over technisch hout. Er is één nadeel: de cellen liggen zo licht op elkaar dat bij zagen, boren, vijlen en schuren warmte ontwikkeling op kan treden. Daar blijft het niet bij, Bij oververhitting kunnen schroeiplekken en het begin van brand ontstaan .
Sliedrecht BV heeft zich voor en na de Tweede Wereld Oorlog gespecialiseerd in het verduurzamen en vervormen van beukenhout. In een autoclaaf (een soort van oven) werd het hout met stoom van nog geen 100 graden opgewarmd. Afhankelijke van de dikte duurde dat 15 minuten tot enkele uren. Daarna was er voldoende tijd om het hout te buigen. Ook was het mogelijk om een model met wat dunner beukenhout eerst in elkaar te zetten en dán als geheel in de autoclaaf te zetten om te spanning uit het materiaal te halen (het zogenaamde ontlaten).
Heel Nederland in opbouw had met de beukenhouten drempels wel een stukje Sliedrecht BV in huis. Zoals altijd waren er concurrenten en kwamen er in de loop der jaren andere materialen op de markt.

Sleden
In de zomermaanden werden de magazijnen gevuld met geïmporteerde sleden uit Oost Duitsland en sleden van eigen fabrikaat al of niet voorzien van besturing, een rand, etc. Bij voldoende winter een piek in de omzet, maar bij onvoldoende sneeuw een aardige beslag op het bedrijfskapitaal.

Karren, wagens
Strandwagens, bolderkarren, met stuur of met een trekstang,met of zonder opstaande hekwerk, wel of niet demontabel. Het assortiment vacantiewagens van Sliedrecht Speelgoed was groot.


Buitenschommels
Hat assortiment buitenschommels van Sliedrecht kende verschillende hoogte- en breedtematen. Bovendien kon naar eigen idee gekozen worden voor een stoeltje of een plankje.


Blokkendozen
Het assortiment van Sliedrecht Speelgoed kent een kleine en een grote blokkendoos. De onbedrukte dozen werden in Oost-Duitsland ingekocht en in Nederland met zeefdruk voorzien van het rode Sliedrecht logo.
Het rondhout en de blokken komen in dezelfde afmetingen terug in de modellen van het Europoort Havensysteem.

Blokkenstad (Polyzathe)
Een import set bedrukte houten blokken uit vermoedelijk Polen.. Elk blok is een deel van een huis of een kerk. Daarmee kan inderdaad naar eigen idee stad worden gebouwd. De schaal van de bouwelementen staat los van het E10-Wegensysteem of het Europoort Havensysteem. Toch komt de blokkenstad terug op de menig deksel van de E10-dozen. Maar ja, daar staat ook een schoolbord op.




Modelbouwdozen
Sliedrecht Speelgoed als bedrijf had kennis en ervaring met het bedrukken van hout. Het was dan ook een logische stap om te kijken of zij deze kwaliteit en capaciteit konden verkopen aan derden. Anders gezegd: leveranciers van poppenhuizen en modelbouw werden benaderd met de vraag of zij werk wilden uitbesteden. Het kwam tot een overeenkomst met Authentic Shipmodels (Amsterdam), een bedrijf dat model-schepen maakte voor het topsegment in de speelgoed wereld. Bouwpakketten tussen de € 750 en € 2000 en talloze losse onderdelen om de schepen te verfraaien. Sliedrecht Speelgoed volstond met het bedrukken van houten onderdelen.
Later gingen zij in samenspraak en samenwerking met dit bedrijf zelf scheepsmodellen maken en verkopen. Met de slogan Hobby in hout werd een serie schepen schaal 1 op 40 op de markt gebracht: een boeier, een botter, een tjalk en een veerschuit.
Met een omgerekende prijs van € 800 per model een fors bedrag.

Deze serie viel in de smaak bij de jury voor het beste speelgoed van het jaar 1981. De (Zuiderzee)botter werd bekroond.
Het assortiment werd uitgebreid met modelbouwdozen voor koetsen, alles nauwgezet nagemeten in musea, alles schaal 1 op 10. Het werd een serie van 4 modellen: een disselwagen, naar koninklijk voorbeeld een glazenwagen, een sjees en een speelwagen.


Van ongekende klasse waren de snuyfmolen (schaal 1 op 50) en de drukpers . Beide modellen hadden bewegende onderdelen.
De prijs? Die lag (omgerekend naar 2026) zo omstreeks € 2500. Zeldzaam speelgoed dat in alle redelijkheid voor de elite en niet voor kinderen bestemd was.

Gymzaal-attributen
Banken, knotsen, hoepels, stokken, ringen, touwladders, wandrekken. Sliedrecht Speelgoed had een ruim assortiment houten attributen voor de gymzaal.
Voor de turntoestellen (bok, brug, kast en paard) werd doorverwezen naar collega Janssen-Fritsen (Helmond).